Contact

BS De Bijenkorf

Koning Albertstraat 45

9200 Dendermonde

tel: 052/21.40.40

fax: 052/20.23.48

e-mail secretariaat:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

e-mail directie:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nuttige Links

Login Form

Sociale vaardigheden

Sociale vaardigheden – socio-emotionele ontwikkeling  maken deel uit van onze zorg om leerlingen. Werken rond socio-emotionele ontwikkeling in de basisschool houdt in dat men enerzijds reageert op het moment dat het probleem zich voordoet, anderzijds is het noodzakelijk  dat er systematisch en  preventief aandacht wordt geschonken aan sociale vaardigheden. Op het ogenblik zelf reageren is immers niet voldoende. Wanneer kinderen zich in  een probleemsituatie bevinden reageren ze meestal heel emotioneel op gebeurtenissen. In een crisissituatie zijn ze niet altijd vatbaar voor opmerkingen over het gestelde gedrag. Belangrijk  is dat zij in de eerste plaats hun eigen gevoelens en gedrag leren herkennen en aanvaarden. Daarna kunnen we er samen aan werken om tot een gewenst sociaal gedrag komen.

We trachten dit te bewerkstelligen door het implementeren  en optimaliseren van initiatieven zoals:

- Gedagsbeleid: SWPBS  en lademodel

- Werken rond preventie conflicthantering in KO en LO: conflictenkaart

- Een Anti-pestbeleid

- No Blame werking,

- Een jaarlijkse llnbevraging naar welbevinden en betrokkenheid

- Jaarlijkse initiatieven ifv Goede doelen – oa Warmste week

- Sociogrammen in het LO

1. Gedrag

 4-ladenmodel kleuters

 

 Voorstelling

 

2. Talenten

Inzetten op talent betekent dat kinderen zich mogen ontwikkelen, weten wat ze waard zijn en dit ook kunnen inzetten in een gedeeld maatschappelijk verhaal!

Drie basisprincipes voor talent denken in onderwijs:

Positieve en waarderende bril: Inzetten op talenten betekent dat we de focus van tekorten (= deficitmodel) verleggen naar het zoeken naar krachten in kinderen: kijk naar wat lukt en laat je verrassen! Het gaat er ook en misschien vooral om dat je erin gelooft dat er nog veel kan groeien…

Empowerment en ownership van het kind: het kind voelt zelf aan wat hem precies aanspreekt, welke dingen hem kracht en energie geven… De rol van de omgeving wordt hierbij niet kleiner, maar krijgt een andere invulling: ze is gericht op kinderen te versterken in hun acties en intenties en de kansen te creëren die nodig zijn om te groeien. Stilstaan bij beleving en stimuleren van zelfreflectie in een veilige positieve groepsdynamiek, is cruciaal opdat kinderen zich aan elkaar durven tonen en zo ook elkaar kunnen prikkelen en inspireren.

Talent is complex, meerlagig en breed betekenisvol: Talent gaat om veel meer dan een bijzondere vaardigheid of een kunstje dat een kind leerde. Het gaat om een ‘potentie die kan uitgroeien tot een bijzondere competentie’. Met een breed en uitdagend aanbod zetten we dan ook niet louter in op één talent of prestatie, maar wel op meerdere dimensies in hun onderlinge samenhang.

Besluit: motivatie en zelfbeeld: sleutelbegrippen in het ontwikkelen van talenten!

Talenten zijn voor ons geen ‘goudklompje’ dat ontdekt moet worden. Het gaat er niet om te bewijzen hoe talentvol iemand is(fixed mindset). Belangrijk is het op gang brengen van een groeigerichte dynamiek in kinderen (growth mindset): doorheen verschillende positieve ervaringen krijgen ze de kans om groeiende mogelijkheden in zichzelf te ontdekken: ‘dit is iets wat ik wil! Dit is hoe ik kan groeien!’

Wat is het ‘Bijenstelsel?

Ons bijenstelsel bestaat uit 8 planeten.

Op elke planeet gaan we op zoek naar een bepaalde kracht, een talent.

Welke planeten maken deel uit van het ‘Bijenstelsel’→ welk talent ontwikkelen we op die planeet?

  1. Denk en rekenplaneet→ denk en rekenkracht
  2. Taalplaneet→ taalkracht
  3. Beweegplaneet→ beweegkracht
    • grootmotorisch
    • fijnmotorisch
  4. Muziekplaneet→ muziekkracht
  5. Beeldplaneet → beeldkracht
  6. Wereld en natuurplaneet→ wereld en natuurkracht
  7. Samenplaneet→ samenkracht
  8. Wil,durf en zelfplaneet→ wil, durf

 bijenstelsel foto

 

3. Anti-Pesten: de No Blame-aanpak

In onze school wordt de No Blame-aanpak gevolgd. Dit is een niet bestraffende, maar probleemoplossende strategie om met pestproblemen om te gaan en is gebaseerd op het boek ‘Een schreeuw om hulp’.

Bij de No Blame-aanpak wordt de verantwoordelijkheid voor een pestprobleem bij de groep gelegd. De pester(s), de meelopers en een aantal neutrale medeleerlingen worden samengebracht en gaan op zoek naar mogelijke oplossingen.

Niet het beschuldigen van de pester, maar het negatieve gevoel van het slachtoffer is het uitgangspunt van de gesprekken. De groep krijgt de verantwoordelijkheid om een aantal voorstellen te doen om het negatieve gevoel bij het slachtoffer weg te nemen of te verminderen. Op die manier wil men de empathie van de pester en de medeleerlingen aanwakkeren.

Een school met een goede preventieve aanpak ziet het aantal pestgevallen dalen. Toch zullen pesterijen nooit helemaal verdwijnen.

Hier volgt een kort overzicht van de verschillende stappen die ondernomen worden :

STAP 1 : Gesprek met het slachtoffer
Als de begeleider vaststelt dat er wordt gepest, start hij een gesprek met het slachtoffer. Tijdens dat gesprek moedigt de luisteraar het slachtoffer aan om te vertellen hoe hij zich voelt. Het is dus niet de bedoeling om feitelijk bewijsmateriaal te verzamelen over de gebeurtenissen.
Het is belangrijk dat het slachtoffer het proces begrijpt en zijn toestemming geeft. Soms leeft de angst dat het nog erger zal worden, maar als het niet bestraffende aspect volledig duidelijk is, voelt het slachtoffer zich meestal veilig en opgelucht dat er iets gedaan wordt.
Het slachtoffer wordt niet gevraagd deel uit te maken van de groep om zijn eigen verhaal te doen, omdat hij dan misschien zou beschuldigen en daarmee rechtvaardiging zou kunnen uitlokken. Dat zou de probleemoplossende aanpak kunnen ondermijnen!

STAP 2 : Bijeenkomst met de betrokken leerlingen
De begeleider regelt een bijeenkomst met een groepje van 6 à 8 leerlingen die betrokken zijn bij het pesten en die door het slachtoffer zijn voorgesteld. Deze betrokken leerlingen zijn zeker niet allemaal pesters! De begeleider zorgt ervoor zijn eigen oordeel te laten meespelen bij de groepssamenstelling, zodat behulpzame en betrouwbare leerlingen erbij zijn naast diegenen die de ellende bij het slachtoffer veroorzaakt hebben. Het doel is de kracht van de groepsleden te gebruiken om het best mogelijke resultaat te krijgen.

STAP 3 : Leg het probleem uit
De begeleider begint met aan de groep te vertellen dat hij een probleem heeft. Hij is bezorgd over een leerling die het erg moeilijk heeft op dat moment. De begeleider vertelt het verhaal van het negatieve gevoel van het slachtoffer en gebruikt de tekst of tekening die het slachtoffer eventueel maakte om de pijn te benadrukken. Hij praat op geen enkel moment over de details van de gebeurtenissen en beschuldigt niemand.


STAP 4 : Deel de verantwoordelijkheid
Als het verhaal rond is, zou het kunnen dat de luisteraars er teneergeslagen of ongemakkelijk uitzien en dat ze onzeker zijn over de reden van de bijeenkomst. Sommigen kunnen ongerust zijn over mogelijke straffen. De begeleider verandert de stemming door uitdrukkelijk te stellen dat :

  • niemand in de problemen zit of zal gestraft worden
  • er gedeelde verantwoordelijkheid is om de leerling te helpen zich gelukkig en veilig te voelen
  • de groep is bijeengeroepen om het probleem te helpen oplossen


STAP 5 : Vraag naar de ideeën van elk groepslid
De leden van de groep zijn meestal oprecht geraakt door het verhaal en opgelucht dat zij niet in de problemen zitten. Ze geven geen toestemming meer voor de voortzetting van het gedrag. Elk lid van de groep wordt aangemoedigd om een manier voor te stellen waarop het slachtoffer kan worden geholpen om zich gelukkiger te voelen. Deze ideeën moeten worden genoteerd in de intentionele “ik-taal” en komen van de groepsleden zelf. Ze worden niet door de begeleider opgelegd.

STAP 6 : Laat het aan hen over
De begeleider beëindigt de bijeenkomst en legt de verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen bij de groep. Er wordt geen schriftelijk verslag gemaakt, het is een kwestie van vertouwen. De begeleider dankt hen en drukt zijn vertrouwen uit in een positieve afloop. Er wordt afgesproken dat de begeleider elk lid van de groep afzonderlijk zal spreken om te horen hoe alles loopt.

STAP 7 : Spreek hen opnieuw
Ongeveer een week later spreekt de begeleider met elk groepslid en met het slachtoffer over de stand van zaken. Deze gesprekken zijn met elk groepslid afzonderlijk, zodat elk van hen kan vertellen over zijn bijdrage zonder een competitieve sfeer te creëren. Het speelt geen rol of iedereen zijn voornemen heeft uitgevoerd, belangrijk is dat de pesterijen gestopt zijn. Het is niet nodig dat het slachtoffer de meest populaire leerling van de school is geworden,zolang hij zich maar veilig en gelukkig voelt.